Geplaatst op: 17 september 2019

Stierenkuilen schakelen de natuur aaneen

Stierenkuilen en zandbaden zijn belangrijk voor pionierplanten, graafwespen, zandbijen en andere insecten. Stieren in natuurlijke kuddes maken de kuilen in de bronsttijd. Zandbaden ontstaan door wisenten of paarden. In dit laatste deel van een zomerserie over stierenkuilen laten we zien waarom ze belangrijk zijn voor een heel scala aan planten- en diersoorten en waar je de kuilen zelf kunt vinden.

Tekst en foto: Leo Linnartz, ARK Natuurontwikkeling

Stieren die deel uitmaken van natuurlijke sociale kuddes zijn eeuwenlang weggeweest in de Nederlandse natuur. Sinds ruim dertig jaar zijn ze weer terug, en kunnen we hun gedrag en invloed op het landschap weer zien in onze natuurgebieden. En dat is vaak ronduit fascinerend. Tijdens de bronst in mei en juni worden er overal in het landschap stierenkuilen gemaakt: een indrukwekkend tafereel om te zien. De stieren van runderen produceren indrukwekkende bronstloeien. Die zijn deels van zo’n lage frequentie dat het alleen te voelen is in je buik in plaats van te horen. Het geluid draagt kilometers ver en vertelt rivalen al op grote afstand dat er serieuze tegenstand te verwachten is. De stieren graven kuilen om elkaar te imponeren. Als dat niet voldoende is, dan tooien ze hun hoorns met graspollen of struiken, gaan flank aan flank staan en tonen hun gespierde nek aan elkaar. Als zelfs dat allemaal niet genoeg is om de tegenstander af te laten druipen, dan wordt er stevig geknokt.

De stierenkuilen en zandbaden liggen in clusters bij elkaar en zijn verbonden door wissels. De zaden van pionierplanten blijven aan de poten haken en het frequente bezoek van de stieren zorgt voor een uitstekende zaadverspreiding. Het resultaat is een landschap vol met stierenkuilen waar pionierplanten, zandbijen en graafwespen floreren.  Maar stierenkuilen kunnen ook als sneeuw voor de zon verdwijnen. Wat er gebeurt als er geen stieren met ballen zijn, hebben we kunnen zien in natuurgebied de Hellegatsplaten, aan de oevers van het Krammer-Volkerak. Daar werden in 2014 en 2015 alle stieren gecastreerd of afgevoerd. Enkele jaren later is hiervan het gevolg te zien. Alle kuilen zijn overgroeid geraakt doordat stieren niet meer bronstig worden en dus geen kuilen meer opengraven. Kale grond verdwijnt en pionierplanten raken steeds meer overwoekerd door grassen en planten die elders ook al groeien. Nieuwe kuilen ontstaan niet meer in dit gesloten grasland. Zandbijen en graafwespen vechten om de laatste overgebleven kale plekjes en de pionierplanten verliezen hun kiemplek of raken overwoekerd. Met het castreren van de stieren is de hele biodiversiteit die samenhangt met de stierenkuilen weggesneden.

Gelukkig kan het ook anders
In het Brabantse natuurgebied de Maashorst zijn na de introductie van verschillende groepen taurossen binnen één jaar vele tientallen stierenkuilen ontstaan. Dit gebeurde zo snel omdat er meerdere groepen met ieder meerdere stieren werden geïntroduceerd die elkaar voorheen niet kenden. Er moesten dus heel wat rangordes worden bepaald en dus kuilen gegraven worden. In een ander deel van de Maashorst zijn elf wisenten geïntroduceerd. Wisenten maken geen kuilen, maar nemen zandbaden. En dat deden ze meteen al fanatiek. Vele tientallen plekken onstonden alleen al in het eerste jaar. Net als de stierenkuilen liggen ook de zandbaden geclusterd in het landschap.

Opbouw biodiversiteit
De zandbaden en stierenkuilen waren in de Maashorst binnen een jaar present, maar daarmee nog niet de bijbehorende biodiversiteit. Voordat al die zeldzame bijen- en wespensoorten zich melden, gaat er nog een aantal jaren overheen. Maar gelukkig kwamen de eerste soorten al snel, zoals de pionierplanten klein en Duits viltkruid. Ook soorten als blauwvleugelsprinkhaan, bastaardzandloopkever en grijze zandbij waren er vroeg bij en lieten de afgelopen jaren een duidelijke toename van aantallen zien. Zowel de zandbaden als de stierenkuilen liggen geclusterd, en dat zal de kolonisatie en de opbouw van populaties ten goede komen. Vanuit kleine plekken waar soorten zich konden handhaven, zoals slootkanten, keren de pioniersoorten langzaam terug naar het leefgebied dat er ooit altijd was: stierenkuilen en zandbaden.

 

Zelf stierenkuilen en zandbaden zien?
Het is fascinerend om al het leven rond de zandbaden en stierenkuilen met eigen ogen te aanschouwen. Hieronder noemen we enkele gebieden waar je ze kunt vinden:

De Maashorst: groot natuurgebied met veel grote grazers tussen Oss en Uden. Vrij toegankelijk (met uitzondering van het afgesloten wisentgebied). Het wisentgebied kan bezocht worden tijdens excursies vanaf het Natuurcentrum De Maashorst in Slabroek

De Gelderse Poort. Stierenkuilen zijn hier veelvuldig te zien in de Millingerwaard en de Bizonbaai, twee gebieden in de Ooijpolder ten oosten van Nijmegen.

De Grensmaas bij Borgharen in Zuid-Limburg. Je kunt ze vanaf de weg al zien liggen. De stieren gebruiken in Borgharen vaak de zanderige plekken van vossenholen, bijvoorbeeld tegen het eiland Dael.

Op de Hellegatsplaten zijn geen stierenkuilen meer te vinden, maar op de nabij gelegen Slikken van Flakkee nog wel. Net als de Hellegatsplaten is dit een buitendijks natuurgebied. De Slikken van Flakkee liggen aan de zuidwestzijde van Goeree-Overflakkee.