Geplaatst op: 26 maart 2021

Onderzoek naar de relatie braam en vestiging van bomen en struiken op de Maashorst

In 2020 heeft student Jelle van Zanten een onderzoek verricht naar de relatie van doorntruwelen en de vestiging en overleving van loofhoutsoorten zoals berk en eik. Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van FREE Nature  i.s.m. de Hogeschool Larenstein in Natuurgebied de Maashorst. Het blijkt dat de braam één van de  belangrijkste soorten is voor het beschermen van opgroeiende bomen in open landschappen.

Jonge bomen zijn erg smakelijk voor wisenten, runderen, paarden en voor kleine grazers als konijn. Zij eten eerst van de bladknoppen later van de bladeren, en in de herfst en winter wordt van de bast , takken en twijgen gegeten. Grote grazers voorkomen zo dat open en halfopen landschappen zich ontwikkelen tot een gesloten bos. Ook in dit landschap zijn alleenstaande bomen of kleine groepjes bomen erg waardevol voor vele planten en dieren. Wanneer bomen opgroeien in het doornstruweel is dit goed voor de biodiversiteit. Zo vormt o.a. de braam in samenwerking met grote grazers voor afwisseling tussen open plekken, groepjes bomen en alle overgangen hier tussen in.

De Braam

Dankzij zijn heerlijke eetbare vruchten is de braam bij vele geliefd,  tegelijk bij anderen gehaat vanwege zijn snelle groei en scherpe doornen. Bramen hebben de neiging om wandelpaden te overgroeien en je blijft er dan makkelijk in hangen en schrammen zijn snel gemaakt. De scherpe doornen zijn ook precies de reden waarom de braam zo belangrijk in de natuur is. De doornen zijn een effectief verdedigingsmechanisme tegen vraat van grote grazers. Een braamstruweel biedt bovendien voeding, rust en nestgelegenheid voor kleinere vogels en zoogdieren.

Wandelen door het landschap

De braam breidt zich uit via worteluitlopers en het doornstruweel ‘wandelt’ zo door het landschap heen. Hoewel grazers in de winter wel bladeren van de braam eten, wordt de groei hierdoor nauwelijks geremd. Binnen de kern van het doornstruweel ontstaat daardoor een kans voor jonge bomen om veilig op te groeien. Onbewust kan dit voor de braam haar eigen doodvonnis betekenen, ze sterft namelijk af wanneer de bomen volwassen worden en te veel licht wegnemen.

Maar hoe zit dit nu in de Maashorst?

In de Maashorst mag de natuur haar eigen gang gaan en wordt het landschap beheerd door grote grazers. De Exmoorpony’s, taurossen en wisenten zijn sleutelsoorten van het gebied, zij vormen het landschap. De Maashorst is een halfopen landschap met graslanden, bossen en bosschages. In de graslanden in de Maashorst weten maar liefst twintig soorten bomen, struiken en lianen zich te vestigen.  Zeven van de twintig soorten, boswilg, bitterzoet, gewone vlier, wilde kamperfoelie, sporkehout, Amerikaanse vogelkers en zomereik, zijn aangewezen op de bescherming van doornstruwelen tegen vraat van de grazers. Na 6 weken speuren is er slechts één jonge boom aangetroffen onder de bescherming van een meidoorn, tegenover tientallen  jonge bomen onder de bescherming van bramen. Dit onderstreept het belang van bramen in relatie tot bosontwikkeling in een begraasd landschap.