Geplaatst op: 16 juli 2021

Grazers zijn meer dan maaimachines

In De Maashorst streven we naar een half open dynamisch landschap met afwisselend graslanden, kruiden, opgaand struweel, jonge en oude bossen. Deze afwisseling wordt bereikt door het inzetten van verschillende typen grote grazers zoals o.a. wisent en tauros. Om te onderzoeken wat de, mogelijk individuele, invloeden zijn van deze grazers in relatie tot houtige gewassen hebben studenten Bas Coops en Carlijn Meijer van Van Hall Larenstein onderzoek gedaan. Het veldwerk is uitgevoerd in de late winter en het vroege voorjaar, van half februari tot en met april 2021. Hierbij hebben ze een aantal opvallende zaken waargenomen.

Op de Maashorst staan op diverse plekken opslag van jonge berk; veelal gekiemd op open zandige plekken in de periode 2015-2016 vlak voor de introductie van de grote grazers. Vraat aan jonge berken is opmerkelijk vanwege hun antivraatstoffen die er voor zorgen dat ze onsmakelijk zijn. In veel andere natuurgebieden laten grazers berkenopslag dan ook links liggen. Dit geldt dus niet voor de wisenten en taurossen op de Maashorst. Beiden snoeien de berken veelvuldig, waarbij de wisent ook regelmatig de berken omknakte om bij de verse toppen te komen. Dit bewijst dat wisent en tauros de potentie hebben om het massale berkenopslag in de Maashorst in toom te houden.

Eikenbossen
De eiken op de Maashorst bestaan veelal uit aangeplante bossen, dicht op elkaar staande bomen met een duidelijke vraatlijn. Deze worden door de wisenten vooral licht tot matig gesnoeid. Belangrijk is dat de eik bij de wisenten de meest geschilde boomsoort is, wat uiteindelijk zal leiden tot enige sterfte onder de eiken.  Hierdoor zullen de eikenopstanden langzaam worden opengebroken en meer structuur krijgen. Taurossen snoeien de eiken wel, maar aanzienlijk minder dan de wisenten. De taurossen gebruiken de eiken vooral om te schuren en aangezien hiervoor veelal vaste bomen of takken worden gebruikt, blijft het landschapseffect hiermee beperkt.

Omgezaagde bomen, wilg en meidoorn
Opvallend was dat enkele omgezaagde bomen een grote aantrekkingskracht hadden op de Taurossen. Normaal gesproken liggen de boomtoppen buiten bereik van de bekken van de grazers en hoeft de boom hier niet te investeren in antivraatstoffen. Eenmaal omgezaagd snoeiden de taurossen hier naar harte lust van. Een soort die weinig voorkomt op de Maashorst is de boswilg, deze boom werd door beide soorten gesnoeid en daarnaast door de wisent ook geregeld geschild. Ook werd gezien dat de taurossen geregeld van de meidoorn eten. Meidoorn biedt bescherming aan ontkiemen van loofboomsoorten binnen hun netwerk aan doorns. De vraat is nu nog beperkt verder onderzoek moet blijken of dit beschermende effect de vraat van grazers kan overleven.

Grazers als bosbouwers
Het onderzoek van beide studenten laat zien dat de grazers meer zijn dan veredelde maaimachines, ze nemen ook de taak ban bosbouwer op zich. Zo brengen ze structuur en diversiteit aan in de jonge berkenopslag en de aangeplante eikenbossen. In veel andere natuurgebieden wordt dit werk machinaal en door de mens uitgevoerd. Hier kunnen we de natuur echter gewoon z’n gang laten gaan en ontstaat er vanzelf een rijk gevarieerd landschap.