Geplaatst op: 22 augustus 2019

Geen gif of medicijnen, want ‘poep geeft leven’

Leo Lennartz van ARK Natuurontwikkeling onderzoekt poep van grote grazers in De Maashorst. Runder- en paardenepoep is een bron van leven maar moet dan wel vrij zijn van bestrijdingsmiddelen en medicijnresten. Vlaaien en flatsen zijn een belangrijke schakel in de natuur. Maar zelfs in natuurgebieden valt de kwaliteit van bolussen en vijgen nu tegen. Het is tijd voor actie, vindt natuurorganisatie Ark.

Bron: Monica Wesseling, dagblad Trouw

Het uitgestrekte natuurgebied De Maashorst nabij Oss, een doordeweekse ochtend. Geen mens te zien, behalve deze zonderlinge mesttuurder. Zonderling, maar met een reden; de wens en noodzaak de poep van grote grazers weer gezond te maken. Stichting Ark Natuurontwikkeling voert campagne ‘Poep moet leven’ en een van de mensen achter de campagne is Leo Linnartz. Lopend van vlaai naar flats schetst Linnartz het probleem. Veel poep is dood; er komen nauwelijks insecten in voor. “Dat het op het boerenland zo is, valt nog wel te verwachten. Boerenland is qua natuur sowieso een woestijn. Maar zelfs in veel natuurgebieden valt er aan bolussen en vijgen weinig lol te beleven.”

Net zo dodelijk
Bij gebrek aan eigen vee besteden veel natuurbeheerders de begrazing van natuurgebieden uit aan boeren. “En daarmee komen de problemen. Gehouden vee, dus zeg maar boerenvee, krijgt preventief antiwormmiddelen en, bijvoorbeeld de schapen, middelen tegen huidparasieten. Het meest gebruikte antiwormmiddel, ivermectine, is net zo erg als de beruchte neonicotinoïde, brengt de insectenkenner naar voren. “Net zo moeilijk afbreekbaar en net zo dodelijk voor vrijwel alle andere ongewervelden. Het vernietigt niet alleen alle leven in de poep, maar is door uitspoeling ook voor bodemdieren catastrofaal. En als het uitspoelt naar een sloot of ven, dan doet het ook daar zijn giftige werk. De middelen tegen huidparasieten waarmee de schapenvacht vaak in het veld wordt behandeld, dwarrelen deels direct op de bodem neer of spoelen anders wel bij de eerste regenbui van de schapenrug.”

In verse mest doordringen
Ondertussen is de Ark-man op een plek geknield waar een schijtorgie lijkt te zijn gehouden. Verse smeuïge, oude uitgedroogde en volledig verteerde wisenten- en paardenmest ligt vlak bij elkaar; een ideale situatie voor aanschouwelijk onderwijs. Wijzend op een millimeter groot zwart vliegje: “Vrijwel meteen nadat er iets is gedropt verschijnen deze kleine mestvliegen. Niet al te sterke beestjes die alleen in verse mest kunnen doordringen. Die mest ruiken ze dan ook op honderden, honderden meters afstand. Al snel volgen vette gele strontvliegen en mestzwemtorren. Die torren kunnen alleen in verse mestgangen graven en zorgen daarmee voor beluchting én extra ingangen voor andere ongewervelden.

Wereld van organismen
“Er gaan bacteriën groeien die weer andere insecten aantrekken en die voor vertering van de mest gaan zorgen. Ondertussen verschijnen er steeds meer insecten die – veelal voor hun voortplanting – van mest afhankelijk zijn en daarmee roofinsecten.” Wijzend op een forse witte spetter: “En kraaien plus allerlei andere vogels als geelgors en roodborsttapuit.” Ook planten profiteren. Dankzij de darmpassage is de kiemkracht van de onbewust gegeten zaden toegenomen, duidelijk ‘bewezen’ door allerlei groene sprietsels, die vanuit de mest omhoog groeien. Steeds meer blijkt poep de basis van een wereld van organismen. Naast insecten, regenwormen, planten, kraai, geelgors en andere vogels, laven ook dassen zich aan de opbrengst van poep, zo blijkt. Naast een van de vlaaien ligt een 15 centimeter diep conisch putje: het snuitputje van een das, op zoek naar vette larven.

Geneeskrachtige kruiden
De grazers geen medicatie geven, brengt zo’n enorme rijkdom, voert Linnartz aan. En dat dat kan, daar is hij, en daarmee ook Ark, van overtuigd. “Geef de dieren weer zelf de regie.” Preventieve giffen zijn al helemaal onnodig en zelfs zieke runderen of paarden hoeven volgens hem vaak niet te worden geholpen. “Ze halen zelf geneeskrachtige kruiden uit het veld. Boerenwormkruid, bijvoet, kraailook, brunel, eikvaren, witte klaverzuring en grote tijm tegen wormen, kruipende boterbloem bij geïrriteerde slijmvliezen en wilg tegen ontstekingen en hoofdpijn”, zegt Linnartz. “Zo houden ze aantastingen op een aanvaardbaar en daarmee uiteindelijk onschadelijk niveau.”

Lees het volledige verhaal op: https://www.trouw.nl/es-bdc905b0

Of meer informatie over het project: https://www.ark.eu/nieuws/2018/ga-zelf-op-poep-onderzoek